ABRvS 24 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4303
Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
202406212/1/V2.
Datum uitspraak: 24 oktober 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling]
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 'sHertogenbosch, van 1 oktober 2024 in zaak nr. NL24.26798 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 1 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.E. Temmen, advocaat in Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1 Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 7 tot en met 9 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1 Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2 Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Ristra-Peeters
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2024
853-1024
Aangehaalde artikelen
Aangehaald in
- Rb. Den Haag 14 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:20098
- Rb. Den Haag 18 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6765
- Rb. Den Haag 18 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:4377
- Rb. Den Haag 9 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23339
- Rb. Den Haag 17 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2265
- Rb. Den Haag 18 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17274
- Rb. Den Haag 13 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22875
- Rb. Den Haag 28 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9946
- Rb. Den Haag 9 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4750
- Rb. Den Haag 12 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30149
- Rb. Den Haag 4 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23843
- Rb. Den Haag 2 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:14713
- Rb. Den Haag 8 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9231
- Rb. Den Haag 2 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:22733
- Rb. Den Haag 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18930
- Rb. Den Haag 9 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1767
- Rb. Den Haag 15 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15741
- Rb. Den Haag 1 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11687