ABRvS 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4260
Bij besluit van 21 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [wederpartij] voor een bewonersparkeervergunning afgewezen. [wederpartij] woont aan de [locatie 1] te Amsterdam en woonde daarvoor aan de [locatie 2] te Amsterdam. Voordat hij verhuisde naar de [locatie 1] heeft [wederpartij] aan de gemeente gevraagd of hij in aanmerking zou komen voor een bewonersparkeervergunning op het adres [locatie 1]. Twee medewerkers van de afdeling parkeervergunningen van de gemeente Amsterdam hebben op 31 januari 2020 en 10 februari 2022 telefonisch aan [wederpartij] medegedeeld dat hij op dat adres in aanmerking komt voor een bewonersparkeervergunning. [wederpartij] heeft vervolgens op 3 maart 2022 een aanvraag ingediend voor een bewonersparkeervergunning op het adres [locatie 1] te Amsterdam. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat in het vergunningengebied waarvoor de vergunning is aangevraagd geen parkeervergunningen kunnen worden verleend. Het vergunningenplafond is hier namelijk op nul gesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl