ABRvS 16 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4147

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen aan [appellante A] een last onder dwangsom opgelegd. [appellante A] is eigenaar van het pand aan de [locatie] in Heerlen (hierna: het pand). In het pand verblijven arbeidsmigranten. In het dwangsombesluit heeft het college gesteld dat het gebruik van het pand in strijd is met het op 26 januari 2022 door de raad vastgestelde voorbereidingsbesluit ter voorbereiding van het paraplubestemmingsplan "Woningsplitsing en kamerbewoning" en met artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder c, van de Wabo. Het college heeft [appellante A] onder oplegging van een dwangsom opgedragen het strijdige gebruik te beëindigen. Bij het besluit op bezwaar heeft het college de motivering van het dwangsombesluit aangepast. Het college is tot de conclusie gekomen dat het gebruik van het pand moet worden aangemerkt als het verstrekken van logies in plaats van kamerverhuur. Omdat het gebruik voor logies in strijd is met het bestemmingsplan, heeft het college geen reden gezien om in het besluit op bezwaar in te gaan op de bezwaren van [appellante A] tegen het moeten beëindigen van het gebruik van het pand voor kamerverhuur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken