ABRvS 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3953
Bij afzonderlijke besluiten van 10 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg de verzoeken van onder andere [partij A] en [partij B] om handhavend op te treden tegen het gebruik van de woning aan de [locatie] in Middelburg afgewezen. [appellant A] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Middelburg (hierna: de woning). [appellant A] woont niet in de woning; hij woont in Vlissingen. Hij heeft de woning gekocht om daar op termijn te gaan wonen. [appellant A] verhuurt de woning aan [appellant C]. [appellant C] heeft zijn hoofdverblijf in een woning in Aken in Duitsland. Hij maakt gebruik van de woning. De woning is gelegen in een appartementencomplex, waarin [partij A] en [partij B] elk ook een woning bewonen. Zij vinden dat de woning in strijd met de geldende woonbestemming recreatief wordt gebruikt en hebben daarom het college verzocht om handhavend op te treden tegen dat gebruik. Het college heeft de verzoeken om handhaving afgewezen, omdat het gebruik dat [appellant C] van de woning maakt volgens hem in overeenstemming met de woonbestemming is.
De uitspraak op rechtspraak.nl