ABRvS 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:375
Bij besluit van 19 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beuningen het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen het gebruik van een garage op het perceel [locatie 1] in Beuningen voor een poppentheater en de opslag van hout afgewezen. [appellant] woont op het perceel. [partij] woont op het naastgelegen perceel, [locatie 2]. Hij heeft het college op 1 december 2018 verzocht handhavend op te treden tegen het poppentheater en de daarmee gepaard gaande parkeeroverlast en ook tegen de buitenopslag van hout, bouwmaterialen en klinkers op het perceel wegens strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft dat verzoek afgewezen. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat er geen reden is om te handhaven tegen het poppentheater, omdat hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Volgens de rechtbank is er wel een reden om te handhaven tegen de opslag van hout, bouwmaterialen en klinkers. Het college had het handhavingsverzoek van [partij] daarom niet geheel mogen afwijzen. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank heeft het college [appellant] bij besluit van 16 juni 2021 onder oplegging van een dwangsom gelast om de buitenopslag van hout en andere bouwmaterialen op het perceel te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 16 juni 2021. Volgens hem zijn de materialen op het perceel legaal aanwezig.
De uitspraak op rechtspraak.nl