ABRvS 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:366
Bij brief van 2 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss de aan [appellante] verschuldigde wettelijke rente vastgesteld. Bij uitspraak van 22 juni 2022, gerectificeerd op 20 september 2022, heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het beroep van [appellante] voor zover dit ziet op de zaken 16/3090 en 17/1653 en het beroep, voor zover dit ziet op zaak 19/567, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft zich op grond van artikel 8:76 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) onbevoegd verklaard om van het beroep van [appellante] kennis te nemen tegen het niet nemen van een beslissing over de te vergoeden rente in zaken 16/3090 en 17/1653. In zaak 19/567 heeft de rechtbank het beroep van [appellante] tegen de vastgestelde rente over een verschuldigde dwangsom ongegrond verklaard. Het college had in deze zaak de wettelijke rente niet bij beschikking maar bij brief vastgesteld. Dit formele gebrek heeft de rechtbank met inachtneming van artikel 6:22 van de Awb gepasseerd. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, omdat [appellante] niet heeft onderbouwd waarom het bedrag aan wettelijke rente onjuist is.
De uitspraak op rechtspraak.nl