ABRvS 28 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3504
Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Leiden. Volgens het dagelijks bestuur heeft [appellant] in strijd met artikel 8, eerste lid, van de Hw en artikel 7 van de Hv, de woning in gebruik gehouden zonder de daarvoor benodigde huisvestingsvergunning. Het dagelijks bestuur heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [appellant] de woning niet langer als hoofdverblijf in gebruik heeft en dat de aan hem verleende huisvestingsvergunning daarom is uitgewerkt. Het dagelijks bestuur heeft er daarbij op gewezen dat [appellant] vanaf 31 augustus 2020 aan geen enkele taalles heeft deelgenomen en dat hij na ieder verzuim gebeld is, maar nooit de telefoon opnam. Gebleken is verder dat [appellant] van 4 september 2020 tot 29 september 2020 op vakantie is geweest. Vervolgens is [appellant] voor 1 oktober 2020 uitgenodigd om het verzuim te bespreken, maar hij is zonder bericht van verhindering niet op de afspraak verschenen. Op 6 en 8 oktober 2020 is hij opnieuw tevergeefs gebeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl