ABRvS 21 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3381
Bij beslissing van 15 januari 2024 heeft de directeur van de vestiging Hogeschool Inholland Rotterdam & Dordrecht namens het college van bestuur van Hogeschool Inholland aan [appellante] een schriftelijke waarschuwing opgelegd. [appellante] is een studente aan de Inholland Hogeschool. Het CvB heeft haar vanwege ongepast gedrag binnen het gebouw van de Hogeschool een schriftelijke waarschuwing gegeven. Het CvB heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing zorgvuldig tot stand is gekomen en is gebaseerd op een volledige beoordeling van de feiten. De gedragingen van [appellante], namelijk het in de publieke ruimte schreeuwen, schelden en het doen van dreigende uitspraken richting een medestudent, zijn in strijd met hoofdstuk 3, paragraaf 3.1, Huisregels, Onderdeel A, artikel 1, eerste lid, van de Onderwijsgids 2023-2024. Er ontstond hierdoor een situatie waarmee [appellante] afbreuk heeft gedaan aan een veilige en respectvolle leeromgeving. Het CvB heeft geconcludeerd dat de directeur de in de Huisregels, Onderdeel C, artikel 3, derde lid, onder b, van de Onderwijsgids 2023-2024 als ordemaatregel genoemde schriftelijke waarschuwing mocht opleggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl