ABRvS 15 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3361

Het verzoek richt zich tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Arnhem van 27 mei 2024, waarbij het door [verzoekster] tegen het besluit van 31 oktober 2023 gemaakte bezwaar ongegrond is verklaard. In het besluit van 31 oktober 2023 heeft het college ingestemd met het deelsaneringsplan voor de locatie Bethaniënstraat 222-238 (grondwal). [verzoekster] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 mei 2024 en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoekster] betoogt dat de bezwaarschriftencommissie niet onafhankelijk is. Zij voert aan dat het advies en het besluit op bezwaar al enkele dagen na de hoorzitting tot stand zijn gekomen. Hierdoor heeft zij het vermoeden dat er onderlinge afstemming heeft plaatsgevonden tussen de bezwaarschriftencommissie en het college. Verder betoogt zij dat het college haar belangen niet heeft meegewogen in de besluitvorming. Zij vreest schade aan haar woning te ondervinden als gevolg van de werkzaamheden ten behoeve van de bodemsanering in de grondwal. Ook vreest zij voor het vrijkomen van gevaarlijke stoffen en verspreiding van de Japanse duizendknoop.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen