ABRvS 10 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2815

Bij onderscheiden besluiten van 17 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant A] een boete opgelegd van € 10.000,- wegens overtreding van de Huisvestingswet en een last onder dwangsom ter hoogte van € 5.000,- ineens als de overtreding niet uiterlijk op 30 april 2021 beëindigd is en beëindigd wordt gehouden. Bij onderscheiden besluiten van 17 november 2020 heeft het college aan [appellant B] een boete opgelegd van € 10.000,- wegens overtreding van de Huisvestingswet en een last onder dwangsom ter hoogte van € 5.000,- ineens als de overtreding niet uiterlijk op 30 april 2021 beëindigd is en beëindigd wordt gehouden. Op 8 september 2020 hebben een inspecteur Handhaving van de afdeling Haagse Pandbrigade (hierna: de inspecteur) en een medewerker van DPZ de woning bezocht. Uit het rapport dat zij van dit bezoek hebben opgemaakt, blijkt dat zij in de woning drie personen hebben aangetroffen, te weten [huurder] en zijn vriendin [persoon A] en [persoon B]. [persoon B] heeft verklaard dat ook haar zus in de woning woont. Deze vier personen staan ook ingeschreven op het adres van de woning in de basisregistratie personen (hierna: de brp).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken