ABRvS 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2718

Bij besluiten van 13 maart 2018 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank het door [appellant] te veel ontvangen bedrag van € 391,08 aan gezinsbijslag teruggevorderd. [appellant] had over het jaar 2017 recht op gezinsbijslag. De SVB heeft ten onrechte een te hoog bedrag aan gezinsbijslag over dat jaar teruggevorderd. De SVB heeft de terugvordering daarom op een lager bedrag vastgesteld. [appellant] stelt dat dat bedrag nog steeds te hoog is. Ook vindt hij dat hij schade heeft geleden door de onrechtmatige terugvorderingsbesluiten en door het overschrijden van de redelijke termijn. Hij heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank en een verzoek om schadevergoeding ingediend. De SVB heeft het besluit van 13 juni 2019 hangende de beslissing op het daartegen ingestelde beroep gewijzigd met het besluit van 23 december 2020. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft dat beroep van rechtswege mede betrekking op het besluit van 23 december 2020. Omdat niet is gebleken dat [appellant] nog een belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 13 juni 2019, is het daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken