ABRvS 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2705
Bij besluit van 2 maart 2021 heeft het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân zijn beslissing van 17 februari 2021 tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang ter zake het verwijderen van verontreinigende stoffen en het bergen van het schip "[naam]" op schrift gesteld. Daarbij heeft het dagelijks bestuur vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van [appellant] komen. Het dagelijks bestuur heeft zich op het standpunt gesteld dat het lekken van olie uit het schip in het water een spoedeisend gevaar op verontreiniging opleverde en een overtreding was van de artikelen 6.2 en 6.8 van de Waterwet. Daarom heeft het dagelijks bestuur op 17 februari 2021 besloten om spoedeisende bestuursdwang toe te passen en de kosten daarvan te verhalen op [appellant]. In dat kader heeft het dagelijks bestuur HEBO Maritiemservice de opdracht gegeven om de gelekte olie te ruimen en verdere lekkage van olie tegen te gaan. HEBO heeft de al gelekte olie geruimd en het schip op 20 februari 2021 geborgen. Het dagelijks bestuur heeft zijn beslissing om spoedeisende bestuursdwang toe te passen op 2 maart 2021 op schrift gesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl