ABRvS 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2697

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (verder: het schadefonds) afgewezen. Op 15 februari 2021 heeft [appellant] een uitkering uit het schadefonds aangevraagd. Op 28 april 2019 reed hij met een bijrijder op een scooter in IJmuiden en is toen meerdere keren beschoten met een vuurwapen vanuit een rijdende auto. De scooter is tweemaal geraakt; [appellant] en de bijrijder raakten niet gewond. [appellant] stelt schade in de vorm van psychisch letsel te hebben geleden. Het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het hof) heeft in het arrest van 2 april 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:951 de dader schuldig bevonden aan, onder meer, poging tot doodslag op [appellant] en de bijrijder en de dader veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellant] weliswaar het slachtoffer is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, maar dat [appellant] een eigen aandeel heeft gehad in de aanleiding van het geweldsmisdrijf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken