ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2604
Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling heeft de Algerijnse nationaliteit. Hij is in november 2021 naar Nederland gereisd. Op 31 mei 2022 heeft de vreemdeling zijn asielaanvraag ingediend. Na het aanmeldgehoor heeft de staatssecretaris de vreemdeling uitgenodigd voor een nader gehoor. In de uitnodiging heeft de staatssecretaris de vreemdeling erop gewezen dat, als hij niet verschijnt en hij niet vooraf een reden geeft voor het niet verschijnen, de staatssecretaris ervan uitgaat dat hij veilig terug kan keren naar zijn land van herkomst. De vreemdeling heeft getekend voor de ontvangst van de uitnodiging. De staatssecretaris heeft een kopie van de uitnodiging naar de gemachtigde van de vreemdeling gestuurd. Vervolgens is de vreemdeling zonder vooraf een reden te geven niet verschenen bij het nader gehoor. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of de staatssecretaris een aanvraag mag afwijzen als ongegrond of kennelijk ongegrond als een vreemdeling zonder geldige reden niet bij het nader gehoor is verschenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl