ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2593
Bij besluit van 2 november 2020 heeft de burgemeester van Den Haag de woning aan de [locatie] in Den Haag voor zes maanden gesloten. [appellant] woonde aan de [locatie] in Den Haag. Bij de politie is hij ambtshalve bekend in verband met zijn verslaving aan harddrugs. Over een periode van vijf jaar zijn er 123 registraties over [appellant] en 23 registraties over de [locatie] in de politieregisters opgenomen die gaan over het bezit van harddrugs en het veroorzaken van overlast in relatie tot harddrugs. Uit meldingen van omwonenden en observaties van de politie is bij de politie bekend dat het op elk moment van de dag een komen en gaan is van drugsgebruikers bij de woning en dat dit voor overlast zorgt. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2400, heeft de rechtbank geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. Ondanks dat er geen handelshoeveelheid drugs in de woning is aangetroffen, maken politiewaarnemingen, verklaringen van omwonenden, bezoekers van de woning en [appellant] zelf het aannemelijk dat er sprake is van het verstrekken van drugs in en vanuit de woning.
De uitspraak op rechtspraak.nl