ABRvS 19 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2454
Bij tussenuitspraak van 27 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4798, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het college van burgemeester en wethouders van Altena opgedragen om de gebreken in het besluit van 10 januari 2022 te herstellen met inachtneming van wat onder 9.2, 10.1 en 12.1 van die uitspraak is overwogen. De voorzieningenrechter heeft in zijn tussenuitspraak van 27 december 2023 overwogen dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat [appellant] in strijd met de artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo heeft gehandeld door een nieuwe woning te realiseren zonder dat daartoe een omgevingsvergunning was verleend. Bij herstelbesluit van 2 februari 2024 heeft het college het primaire besluit van 22 juni 2021 gewijzigd, in die zin dat de aan [appellant] opgelegde last onder dwangsom voor het verwijderen en het verwijderd houden van de woonvoorzieningen in het gedeelte van het pand aan de [locatie] niet verder strekt dan de op 23 juli 2002 vergunde situatie. [appellant] betoogt dat het college in het herstelbesluit niet goed ingaat op de door hem overlegde omgevingsvergunningen.
De uitspraak op rechtspraak.nl