ABRvS 12 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2420
Bij uitspraak van 24 mei 2023 heeft de rechtbank een verzoek van [appellant] om het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te veroordelen tot schadevergoeding afgewezen. In geschil is of de rechtbank het verzoek om schadevergoeding van [appellant] terecht heeft afgewezen omdat het besluit van 5 april 2022 van het CBR niet onrechtmatig is. Bij dit besluit heeft het CBR [appellant] niet rijgeschikt verklaard. Meer in het bijzonder gaat deze zaak over de vraag of het CBR zich voor dat besluit mocht baseren op het rapport van een psychiater waarin is geconcludeerd dat er geen sprake is van een recidiefvrije periode van meer dan een jaar en dat het drugsgebruik niet in langdurige of volledige remissie is. [appellant] heeft de rechtbank verzocht het CBR te veroordelen tot het betalen van vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het besluit van 5 april 2022. De schade bestaat uit de kosten van het herkeuringsrapport van Vinkers. Volgens [appellant] had het CBR het keuringsrapport van Barbier niet aan het besluit van 5 april 2022 ten grondslag mogen leggen. Dit rapport is onzorgvuldig, omdat de psychiater geen gebruik had mogen maken van het urineonderzoek van 9 maart 2022.
De uitspraak op rechtspraak.nl