ABRvS 31 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2268
In de uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 april 2024 in zaken 202401199/2/A2, 202401520/1/A2 en 202401612/1/A2 is geoordeeld dat bij wijze van voorlopige voorziening de in het besluit van de minister van 5 maart 2024 voorziene inhouding van de bekostiging met ingang van de maand april wordt omgezet in een opschorting. Ook is daarin overwogen dat na 17 mei 2024, eventueel na een nadere zitting, zal worden beoordeeld of er reden bestaat de getroffen voorziening op te heffen, te wijzigen of een nieuwe voorlopige voorziening te treffen. Na de uitspraak van 11 april 2024 heeft het Algemeen bestuur van de Stichting naar aanleiding van een sollicitatieprocedure twee kandidaten, te weten [kandidaat 1] en [kandidaat 2], voor de functie van Dagelijks bestuurder ter instemming aan de minister voorgelegd. Deze twee kandidaten zouden als duo de functie van Dagelijks bestuurder invullen.
De uitspraak op rechtspraak.nl