ABRvS 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2221
Bij besluit van 30 juli 2020 heeft de Autoriteit aan [appellante] een boete van € 6.000 opgelegd wegens overtreding van Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (de AVG). [appellante] is een recruitmentbedrijf. Zij verwerkt persoonsgegevens van personen die zich via haar website hebben ingeschreven, onder meer om die personen via e-mail te kunnen benaderen met relevante vacatures. De Autoriteit heeft in november 2018 en maart 2019 klachten van drie personen ontvangen dat [appellante] niet tijdig reageerde op hun verzoeken om verwijdering van hun persoonsgegevens. De Autoriteit heeft naar aanleiding van deze klachten een onderzoek ingesteld. In het onderzoeksrapport van 3 december 2019 heeft de Autoriteit geconcludeerd dat [appellante] in strijd met de AVG heeft gehandeld. De Autoriteit heeft aan [appellante] een boete van € 6.000 opgelegd wegens overtreding artikel 17, eerste lid, in samenhang gelezen met artikel 12, derde lid, van de AVG.
De uitspraak op rechtspraak.nl