ABRvS 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2132
Bij besluiten van 16 januari 2020 en 1 december 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvragen van wijlen [erflater] en [appellante] om schadevergoeding voor mijnbouwschade afgewezen. [appellante] is eigenaar van de woning en garage aan [locatie] te Oudeschans. De woning is in 1980 gebouwd en de garage is in 1992 herbouwd, nadat deze in 1990 is afgebrand. Op 6 september 2017 heeft [appellante] schade aan de woning als gevolg van mijnbouwactiviteiten gemeld bij het Centrum Veilig Wonen. Het Instituut heeft de aanvragen van [appellante] om vergoeding van schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten aan de woning en aan de garage afgewezen. De afwijzingen zijn gehandhaafd in bezwaar. In hoger beroep is in geschil of het Instituut de aanvragen mocht afwijzen, omdat op de schades aan de woning en de garage het bewijsvermoeden uit artikel 6:177a BW niet van toepassing is en [appellante] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de schades in causaal verband staan tot aardbevingen als gevolg van mijnbouwactiviteiten. Verder is in geschil of het Instituut in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl