ABRvS 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2122
Bij afzonderlijke besluiten van 11 januari 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvragen van [appellant A] en [appellant B] om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. Bij afzonderlijke besluiten van 6 april 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de door [appellant A] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. [appellant A] is geboren op [geboortedatum] 1969 in Turkije. Op 26 april 1994 heeft hij het Nederlanderschap verkregen en op 12 maart 1996 is hij getrouwd met [echtgenoot]. [appellant A] heeft voor het laatst op 12 mei 2005 een Nederlands paspoort verkregen, dat geldig was tot 12 mei 2010. Hij heeft van 20 oktober 2006 tot en met 20 oktober 2016 onafgebroken hoofdverblijf gehad in Turkije. [appellant B] is geboren op [geboortedatum] 2007 en is de dochter van [appellant A] en [moeder]. Haar ouders zijn niet getrouwd en zij heeft door haar geboorte de Turkse nationaliteit verkregen. Zij heeft nooit de Nederlandse nationaliteit verkregen en heeft ook nooit in Nederland gewoond.
De uitspraak op rechtspraak.nl