ABRvS 1 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1816
Bij besluit van 14 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand het verzoek van [appellante] om toekenning van extra uren voor rechtsbijstand aan [naam] afgewezen. Bij formulier van 9 november 2020 heeft [appellante] de raad verzocht om 16 extra uren voor de toegevoegde rechtsbijstand aan [naam] ten behoeve van de behandeling van een asielaanvraag. [appellante] heeft, ter toelichting van dit verzoek, onder meer te kennen gegeven dat zij [naam] haar asielverhaal heeft laten opschrijven in het kader van een schriftelijk verhoor. Dit asielverhaal en de overige bewijsstukken, die [appellante] heeft verzameld en heeft laten vertalen, heeft zij naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst gestuurd voordat [naam] gehoord zou worden. [appellante] heeft erop gewezen dat het een bijzondere zaak is, omdat het asielverhaal over een Koerdische stammenvete gaat. Dit komt niet vaak voor in een asielprocedure en vraagt extra bestudering. Ook speelt eerwraak een rol waarover [appellante] een en ander uitgezocht wilde hebben. Dit geldt ook voor het gebied waar [naam] vandaan komt. [appellante] wilde ook aanwezig zijn bij het aanvullende gehoor dat ten tijde van het verzoek nog moest plaatsvinden.
De uitspraak op rechtspraak.nl