ABRvS 29 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1762
Bij besluit van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn afwijzend beslist op het verzoek om handhaving van [verzoeker], omdat het verzoek volgens het college niet was ingediend namens een belanghebbende. In opdracht van de gemeente Alphen aan den Rijn is tussen 2015 en 2017 de Koningin Máximabrug gerealiseerd. Als onderdeel hiervan is aan beide zijden van de brug ter plaatse van de landhoofden de bodem verhoogd. Voor deze verhoging heeft de aannemer van de gemeente zogenaamde Thermisch Gereinigde Grond toegepast. Tijdens de aanleg is de TGG tijdelijk op een aangrenzend perceel van de gemeente opgeslagen. Dit perceel is later gekocht door [verzoeker] met het oogmerk om het als paardenweide te gebruiken. De toepassing van de TGG heeft volgens [verzoeker] geleid tot een verontreiniging van de bodem en het grond- en oppervlaktewater. Daardoor kan zij het perceel niet voor de beweiding van paarden gebruiken en haar paarden niet meer drenken met oppervlaktewater.
De uitspraak op rechtspraak.nl