ABRvS 17 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1622
Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellant] om een persoonlijke betalingsregeling toegewezen en bepaald dat hij € 40,00 aan teruggevorderde huur- en zorgtoeslag per maand moet betalen. [appellant] heeft in het jaar 2018 te veel huur- en zorgtoeslag ontvangen. Daarom heeft de dienst bij besluiten van 1 mei 2020 de teveel uitbetaalde huur- en zorgtoeslag voor een bedrag van € 1.226,00 en € 1.176,00 van hem teruggevorderd. Ten tijde van de besluitvorming door de dienst stond nog een terugvordering huur- en zorgtoeslag van € 400,00 en € 380,00 open. Het hoger beroep heeft geen betrekking op de hoogte van de bedragen die van [appellant] worden teruggevorderd. Tussen partijen is in geschil of de dienst de terugbetalingscapaciteit op juiste wijze heeft vastgesteld en of de dienst, gelet op de persoonlijke omstandigheden van [appellant], heeft kunnen volstaan met het toekennen van een standaardbetalingsregeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl