ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:143

Bij besluit van 24 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft het college op 20 juli 2018 op grond van de Wob verzocht om documenten met betrekking tot een eventuele radicalisering van [appellant] openbaar te maken. Het college heeft in zijn besluit van 24 januari 2019 te kennen gegeven dat één e-mail met betrekking tot eventuele radicalisering van [appellant] is aangetroffen en dat het college de openbaarmaking van deze e-mail gelet op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob weigert. De e-mail kan volgens het college niet zodanig geanonimiseerd worden dat de daarin opgenomen gegevens niet te herleiden zouden zijn tot individuele personen. Openbaarmaking van deze e-mail zou inbreuk kunnen maken op de persoonlijke levenssfeer en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer weegt zwaarder dan het belang van de openbaarheid van overheidsinformatie. Het college heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar bij besluit van 9 juli 2019 ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken