ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:129
Bij besluit van 12 juli 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant de aanvraag van [appellanten] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming voor de exploitatie van de pluimveehouderij aan de [locatie] in Vinkel geweigerd, omdat een vergunning niet nodig is. [appellanten] heeft een natuurvergunning aangevraagd voor het exploiteren van een pluimveehouderij met 68.000 vleeskuikens. Het college heeft vastgesteld dat de aangevraagde bedrijfssituatie ten opzichte van de referentiesituatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op de betrokken Natura 2000-gebieden. Daarom is uitgesloten dat de gevraagde activiteiten, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Dat betekent dat, gelet op artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor het aangevraagde project geen natuurvergunning nodig is. Het college heeft de aanvraag daarom geweigerd. Dit wordt een positieve weigering genoemd.
De uitspraak op rechtspraak.nl