ABRvS 20 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1147

Bij besluit van 4 februari 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland de aanvraag van Zuiderzee voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming voor de wijziging van een varkenshouderij afgewezen. Het college heeft vastgesteld dat de aangevraagde bedrijfssituatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op relevante Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Het college heeft de referentiesituatie ontleend aan de vergunning die op grond van de Wet milieubeheer op 16 juni 2008 voor de varkenshouderij is verleend. Op grond van artikel 9.4, achtste lid, van de Wnb in samenhang met het voorgaande heeft het college bepaald dat voor de aangevraagde activiteit geen natuurvergunning nodig is. Het college heeft de aanvraag daarom afgewezen. Deze afwijzing wordt een positieve weigering genoemd. De rechtbank heeft het besluit vernietigd. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de milieuvergunning geen aanknopingspunten biedt voor het oordeel dat bij de verlening daarvan artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn in acht is genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen