ABRvS 13 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1057

Bij besluit van 5 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [appellante] en haar twee kinderen uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen per 4 januari 2021. [appellante] en haar kinderen stonden ingeschreven op het adres [locatie] in Rotterdam. Bij het besluit van 5 maart 2021 heeft het college haar en haar twee kinderen per 4 januari 2021 uitgeschreven uit de brp volgens procedure 6.3 van de Handleiding Uitvoeringsprocedures en gelet op artikelen 2.21 en 2.22 van de Wet brp. Bij het besluit van 23 juli 2021 heeft het college het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. Het college is na een adresonderzoek tot de conclusie gekomen dat het adres waarop [appellante] ingeschreven stond niet haar woonadres is. Het college heeft daarvoor de volgende redenen naar voren gebracht. Ten eerste, het extreem lage water-, gas- en stroomverbruik. Daarbij heeft meegespeeld dat het lage verbruik al te zien is vanaf 2018. Ten tweede, de meeste pintransacties hebben plaatsgevonden in de omgeving van Hoofddorp, ook op dagen dat [appellante] in Rotterdam zou zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken