ABRvS 11 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:89
Bij besluit van 24 april 2020 heeft het college geweigerd om de op 5 april 2011 verleende revisievergunning voor een veehouderij aan de [locatie 1] in Sambeek (gedeeltelijk) in te trekken. Op het perceel [locatie 1] in Sambeek exploiteert [partij] een veehouderij (hierna: de inrichting). Bij besluit van 5 april 2011 heeft het college aan de rechtsvoorganger van [partij] voor de inrichting een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend. Die vergunning is op grond van artikel 1.2 van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gelijkgesteld met een omgevingsvergunning, als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De vergunning maakt onder meer de oprichting van een extra stal (stal 7) voor het houden van 1.120 vleesvarkens mogelijk. [appellant] woont op de [locatie 2] in Sambeek, in de nabijheid van de inrichting, en stelt hinder van de inrichting te ondervinden. Hij heeft bij brief van 17 december 2018 het college om (gedeeltelijke) intrekking van de omgevingsvergunning verzocht, omdat stal 7 drie jaar na de vergunningverlening niet is gerealiseerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl