ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:823
Bij besluit van 7 juni 2019 heeft de burgemeester van Gouda de woning van [appellant] voor de duur van 6 maanden gesloten. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. De burgemeester heeft bij het besluit van 7 juni 2019 op grond van deze bepaling en overeenkomstig de Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Gouda besloten om de woning met ingang van 27 juni 2019 voor zes maanden te sluiten. Daaraan heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat de minderjarige zoon van [appellant] op 19 november 2018 werd aangehouden door de politie en in de slaapkamer van de zoon 33 gripzakjes met hennep van in totaal 49 gram, een sealbag met 86 XTC pillen, een zwart vlindermes, een boksbeugel, een zwart mes en een cobra 6 werden aangetroffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl