ABRvS 8 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:490

Bij besluit van 8 oktober 2020 heeft de minister van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] is bij uitspraak van de strafrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 maart 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:1158, veroordeeld voor belaging. De officier van justitie (OvJ) heeft voorafgaand aan die uitspraak op de zitting van de rechtbank van 5 juni 2020 gevorderd dat de strafrechter aan [appellant] een contactverbod oplegt voor vijf jaar. Daarna heeft [appellant] op 18 september 2020 de minister met een beroep op de Wob verzocht om openbaarmaking van de stukken die ten grondslag liggen aan deze vordering van de OvJ. Volgens [appellant] ontbreken die stukken ten onrechte in het strafdossier en is sprake van achtergehouden bewijs. De minister heeft dat verzoek afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken