ABRvS 2 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:438
Bij besluit van 15 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
202207502/1/V3.
Datum uitspraak: 2 februari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 december 2022 in zaak nr. NL22.25761 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 15 december 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 23 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1 Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1 Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 14 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3269, over zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2 Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Bijloos
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2023
846-1017
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
Aangehaald in
- Rb. Den Haag 31 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5169
- Rb. Den Haag 19 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7446
- Rb. Den Haag 20 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6044
- Rb. Den Haag 19 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:898
- Rb. Den Haag 13 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:496
- Rb. Den Haag 13 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1616
- Rb. Den Haag 12 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8718
- Rb. Den Haag 23 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14984
- Rb. Den Haag 23 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1017
- Rb. Den Haag 10 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:21222
- Rb. Den Haag 23 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7356
- Rb. Den Haag 4 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6717
- Rb. Den Haag 28 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2557
- Rb. Den Haag 7 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:137
- Rb. Den Haag 14 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6452
- Rb. Den Haag 9 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:236
- Rb. Den Haag 8 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8266
- Rb. Den Haag 23 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7334
- Rb. Den Haag 23 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7333
- Rb. Den Haag 4 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6706