ABRvS 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4153
Bij besluit van 30 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Assen [appellante onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.3a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te beëindigen door het gebouw op het perceel [locatie 1] en [locatie 2] te Assen in de vergunde staat te herstellen. Op het perceel staat een pand met vier verdiepingen. Het college heeft bij besluit van 7 december 2015 aan de vorige eigenaar van het pand een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan "Assen Zuid" verbouwen van de begane grond van het pand tot een woning en bedrijfsruimte. De voormalig eigenaar is vervolgens gestart met de verbouwing van de begane grond tot zes appartementen en de verhuur daarvan. [appellante] heeft het pand in 2017 gekocht en de verbouwing afgemaakt. Zij is de appartementen ook gaan verhuren. Omdat [appellante] volgens het college niet binnen de begunstigingstermijn heeft voldaan aan de last, heeft het besloten over te gaan tot invordering van de volgens hem verbeurde dwangsommen.
De uitspraak op rechtspraak.nl