ABRvS 27 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3979

Bij besluit van 28 mei 2020 heeft de burgemeester van Dinkelland aan [bedrijf] een drank- en horecawetvergunning verleend voor het uitoefenen van een horecabedrijf in de inrichting op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Deurningen. [gemachtigde] exploiteert op het perceel [locatie 2] in Deurningen een horecabedrijf met de naam [bedrijf]. [gemachtigde] heeft daarvoor eerder, op 20 maart 2012, een vergunning gekregen op grond van de Drank- en Horecawet. [gemachtigde] wil zijn horecabedrijf uitbreiden naar het pand op het naastgelegen perceel [locatie 1]. Om dit mogelijk te maken heeft hij een DHW-vergunning aangevraagd. [appellant] woont aan de [locatie 3] in Deurningen. Haar perceel grenst aan de achterzijde aan het perceel [locatie 1]. Het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 28 mei 2020 is ongegrond verklaard door de burgemeester bij besluit van 12 november 2020. De rechtbank heeft het daartegen gerichte beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Daarmee is [appellant] het niet eens.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken