ABRvS 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:392

Bij e-mail van 3 april 2020 heeft de Regionale urgentiecommissie Tilburg (hierna: de urgentiecommissie) een aanvraag van [appellant] om een voorrangsverklaring afgewezen. [appellant] heeft een voorrangsverklaring aangevraagd omdat hij een andere woning noodzakelijk acht voor het opbouwen van een beter bestaan met zijn twee kinderen. Op het moment van de aanvraag woonde hij bij zijn ouders. Hij heeft met zijn ex-partner een zoon die hij om het weekend ziet. [appellant] zegt zijn zoon vaker te willen zien, maar stelt dat dit door het ontbreken van een eigen woning niet mogelijk is. Inmiddels heeft hij met zijn huidige vriendin een tweede kind. Hij stelt alles gedaan te hebben om een eigen woning te vinden. De urgentiecommissie heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden om urgentie te krijgen. Het bezwaar dat [appellant] hiertegen heeft gemaakt is door de Commissie per e-mail ongegrond verklaard. In deze e-mail heeft de Commissie benadrukt dat het bezwaar tegen de afwijzing van de urgentieaanvraag geen Awb-procedure betreft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken