ABRvS 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3854

Bij besluit van 1 oktober 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant] om huurtoeslag over 2017 en 2018 afgewezen. Bij besluit van 4 februari 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 maart 2021 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de Belastingdienst/Toeslagen opnieuw beslist op het bezwaarschrift met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht. Bij besluit van 1 april 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het bezwaar van [appellant] alsnog gegrond verklaard. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de aanvraag van [appellant] voor huurtoeslag over de jaren 2017 en 2018 afgewezen omdat [appellant] volgens de dienst mede eigenaar was van de woning waarvoor hij huurtoeslag had aangevraagd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken