ABRvS 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3835

Bij te onderscheiden besluiten van 1 april 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een bedrag van € 390,00 aan kindgebonden budget over het jaar 2017 en een bedrag van € 1.573,00 aan kindgebonden budget over het jaar 2018 van [appellant sub 2] teruggevorderd. [appellant sub 2] en haar (toen) minderjarige zoon woonden in 2017 en 2018 in Nederland. De vader van de zoon van [appellant sub 2] woonde en, naar verluidt, werkte in die jaren in Duitsland. Bij de besluiten van 1 april 2020, gehandhaafd bij de besluiten van 26 juni 2020, heeft de Belastingdienst/Toeslagen een bedrag van € 390,00 onderscheidenlijk € 1.573,00 aan kindgebonden budget over het jaar 2017 onderscheidenlijk over het jaar 2018 van [appellant sub 2] teruggevorderd. Daaraan is ten grondslag gelegd dat uit informatie van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) is gebleken dat [appellant sub 2] voor die jaren recht heeft op gezinsbijslag uit Duitsland. Dit recht prevaleert boven het recht van [appellant sub 2] op gezinsbijslag uit Nederland. Het recht op gezinsbijslag is in Nederland evenwel hoger dan in Duitsland, omdat de gezinsbijslag in Nederland uit (onder meer) kinderbijslag en kindgebonden budget bestaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen