ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3764
Bij besluit van 31 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [overledene] een schadevergoeding van € 2.896,56, voor bijkomende kosten € 595,00 en aan wettelijke rente € 68,84 toegekend. [appellant] is in mei 2022 overleden. Zijn erfgenamen zetten de procedure voort. [appellant] was sinds 2005 eigenaar van de vrijstaande woning met garage uit 1988 op perceel [locatie] te Winsum, provincie Groningen. [appellant] heeft op 6 juni 2019 en 17 oktober 2019 schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten gemeld bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Het geschil in hoger beroep gaat over de uitleg en de weerlegging van het bewijsvermoeden voor schades 3, 4 en 5 en dus over de vraag of deze schades het gevolg zijn van aardbevingen. Schades 3 en 4 betreffen vochtdoorslag in de woning. Schade 5 bestaat uit scheurvorming in een badkamer in de woning.
De uitspraak op rechtspraak.nl