ABRvS 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3706
Bij besluit van 14 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de verzoeken van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van een houtkachel door de bewoners van de [locatie 1] en hun een gedragsaanwijzing op te leggen afgewezen. In 2016, 2018 en 2019 heeft het gemeentebestuur meldingen van [appellant] ontvangen over door hem ervaren rook- en geuroverlast als gevolg van houtstook door de bewoners van de [locatie 1] te Den Haag. [appellant] heeft verzocht om handhavend op te treden wegens strijd met artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 en daarnaast om een gedragsaanwijzing op te leggen als bedoeld in artikel 2:40 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag. Bij besluit van 14 maart 2019 heeft de burgemeester het verzoek om handhaving afgewezen. De burgemeester heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat geen sprake is van een overtreding van het Bouwbesluit 2012. De burgemeester heeft dit gedaan onder verwijzing naar een rapport van een op 6 februari 2019 door een inspecteur van de dienst Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Haagse pandbrigade, uitgevoerde inspectie in en rondom het pand aan de [locatie 1].
De uitspraak op rechtspraak.nl