ABRvS 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3697
Bij besluit van 18 juni 2020 heeft het college de kosten van de toepassing van de (spoed)bestuursdwang, bestaande uit het in beslag nemen van de hond van [appellant sub 2], vastgesteld op € 4.854,74 en bij [appellant sub 2] in rekening gebracht. Op 28 augustus 2018 heeft het college [hond] in beslag genomen na een aantal bijtincidenten. Bij besluit van 27 december 2018 heeft college het bezwaar van [appellant sub 2] tegen de schriftelijke vastlegging van het besluit tot inbeslagname ongegrond verklaard en dat besluit gehandhaafd. Bij uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:514, zijn deze besluiten onherroepelijk geworden. De periode waarin [hond] werd bewaard en waarvan de kosten in rekening zijn gebracht is van 28 augustus 2018 tot 24 mei 2019.
De uitspraak op rechtspraak.nl