ABRvS 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3321

Bij besluit van 29 oktober 2020 (hierna: besluit I) heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aangifte van [appellant] van 16 september 2020 tot inschrijving van haar [zoon] op het adres [locatie] te Rotterdam afgewezen op grond van de Wet basisregistratie personen. De zoon van [appellant], geboren [geboortedatum] 2010, stond tot en met 21 oktober 2019 ingeschreven op het adres [locatie] in Rotterdam. Naar aanleiding van een melding van de Afdeling Leerplicht dat de zoon van [appellant] verlenging had gekregen van de vrijstelling om in het buitenland naar school te gaan, is het college een onderzoek gestart naar de bewoning van het adres door haar zoon. Bij besluit van 26 november 2019 is de zoon per 21 oktober 2019 uitgeschreven uit de brp, omdat hij onderwijs volgde in Marokko. Met ingang van diezelfde datum is hij opgenomen in de Registratie Niet-lngezetenen. Tegen dat besluit is geen bezwaar gemaakt, zodat de uitschrijving in rechte vaststaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen