ABRvS 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3208
[wederpartij sub 1] heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna ook: de dienst) van 16 november 2021 waarbij haar een compensatie van € 36.623,00 is toegekend voor gemaakte fouten bij de beoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag in de jaren 2005, 2007-2009 en 2018. [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] hebben zich bij de Belastingdienst/Toeslagen gemeld als ouders van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd. In de Wet hersteloperatie toeslagen zijn verschillende financiële compensatieregelingen neergelegd voor gedupeerde ouders. Als een ouder zich heeft gemeld, beoordeelt de Belastingdienst/Toeslagen of deze in aanmerking komt voor een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00. Deze zaak gaan over beroepen gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit (op bezwaar) door de Belastingdienst/Toeslagen. Meer in het bijzonder gaat het in deze zaken over de vraag binnen welke termijn de dienst een besluit moet nemen nadat een dergelijk beroep gegrond is verklaard. De rechtbanken hanteren daarvoor verschillende termijnen. De Afdeling acht het voor alle betrokkenen wenselijk dat hier meer eenduidigheid in komt.
De uitspraak op rechtspraak.nl