ABRvS 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3133
Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit. De staatssecretaris heeft zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat volgens hem op grond van de Dublinverordening Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte lidstaat in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. De vreemdeling wil niet terug naar Bulgarije, omdat hij vreest dat hij na overdracht het slachtoffer wordt van een zogeheten “pushback”. Dat betekent dat hij vreest dat hij vanuit Bulgarije wordt doorgestuurd naar een derde land zonder dat hij in Bulgarije een verzoek om internationale bescherming heeft kunnen doen en zonder dat hij daar een asielprocedure heeft kunnen doorlopen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 8 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2644
- Rb. Den Haag 15 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5724
- ABRvS 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1042
- ABRvS 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1043
- EHRM 4 november 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1982:335
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2011:865
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:127
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:218
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:799