ABRvS 9 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3051
Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2019 definitief berekend en vastgesteld op € 1.072,00. De dienst heeft verder bepaald dat [appellant] het teveel ontvangen voorschot van € 117,00 moet terugbetalen. Omdat de Belastingdienst/Toeslagen op dat moment nog niet op zijn bezwaar had beslist, heeft [appellant] op 25 januari 2021 beroep ingesteld bij de rechtbank wegens niet tijdig beslissen. Bij het besluit van 12 februari 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. In dit besluit geeft de dienst ook te kennen dat de zorgtoeslag van [appellant] over 2019 opnieuw wordt berekend, waarbij de definitieve aanspraak op zorgtoeslag voor dat jaar wordt vastgesteld op € 745,00. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag op goede gronden en op de juiste wijze heeft vastgesteld. Het betoog van [appellant] dat hij geen zorgtoeslag voor 2019 heeft aangevraagd volgt de rechtbank niet. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat [appellant] op 4 juli 2017 een aanvraag heeft gedaan voor zorgtoeslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl