ABRvS 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:303

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2019 definitief berekend en vastgesteld op € 883,00 en de huurtoeslag op nihil. [appellant] heeft over 2019 voorschotten zorgtoeslag en huurtoeslag ontvangen. Bij de vaststelling van die voorschotten is het inkomen van zijn dochter ([naam dochter]) meegenomen omdat zij vanaf 1 februari 2018 op zijn adres in de Basisregistratie personen is ingeschreven. Op 29 maart 2019 heeft [dochter van appellant] samen met [persoon A] een dochter ([naam dochter]) gekregen die vanaf dat moment eveneens op het adres van [appellant] is ingeschreven. Bij het besluit van 30 juni 2020, als gehandhaafd bij het besluit van 14 september 2020, heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] definitief berekend en vastgesteld op € 883,00 en de huurtoeslag vastgesteld op nihil. [appellant] moet hierdoor een bedrag van € 1.198,00 aan zorgtoeslag terugbetalen en een bedrag van € 2.650,00 aan huurtoeslag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken