ABRvS 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2705
Bij afzonderlijke besluiten van 27 maart 2018 heeft het college [appellant sub 1] onderscheidenlijk de vennootschap (verder tezamen te noemen: [appellant sub 1]) een last onder bestuursdwang opgelegd. Daarbij heeft het college bepaald dat de kosten van de bestuursdwang voor rekening komen van [appellant sub 1] onderscheidenlijk de vennootschap. De vennootschap is eigenaar van de percelen [locatie 1] in [plaats] en [appellant sub 1] is eigenaar van het daaraan grenzende perceel [locatie 2] in [plaats] (hierna: de percelen). De vennootschap en [appellant sub 1] (hierna samen en in enkelvoud: [appellant sub 1]) verhuren sinds 2005 de op deze percelen gelegen bedrijfsruimten met bedrijfsterrein aan [persoon] die directeur en enig aandeelhouder is van BM-Recycling B.V. (hierna: BM).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 21 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2826
- Rb. Limburg 29 mei 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:4983
- ABRvS 13 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ1261
- ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY7996
- ABRvS 30 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM9667
- ABRvS 9 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA4703
- ABRvS 26 oktober 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU5007