ABRvS 21 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2392
Bij besluit van 3 december 2019 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 10.000,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. In 2006 is [appellante] opgericht. Deze onderneming is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aangemerkt als erkend referent. Door een interne herstructurering in 2017 is de statutaire naam van de onderneming gewijzigd naar [bedrijf] Daarnaast is een dochteronderneming opgericht die de voormalige naam van het moederbedrijf heeft gekregen, namelijk [appellante], in deze uitspraak [appellante] genoemd. Deze uitspraak gaat dus over de dochteronderneming. Door de herstructurering zijn alle werknemers van het moederbedrijf, waaronder vijf kennismigranten, in dienst getreden bij [appellante]. Toen [appellante] erachter kwam dat zij niet de status van erkend referent had, heeft zij de vijf kennismigranten tijdelijk in dienst laten treden bij een payrollbedrijf dat wel erkend referent was. [appellante] heeft vervolgens op 8 augustus 2018 een aanvraag ingediend tot erkenning als referent.
De uitspraak op rechtspraak.nl