ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2078

Op 19 januari 2021 heeft [appellant] beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn brief van 24 oktober 2017, met als titel "Melding vergunningvrij bouwen [locatie] te Jirnsum". [appellant] heeft op 26 september 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het uitbreiden van de werktuigberging, het uitbreiden van de veestalling en het bouwen van een hooiopslag op het perceel [locatie] te Jirnsum. Bij besluit van 3 januari 2018 heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd. Bij uitspraak van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1114, heeft de Afdeling het hoger beroep van [appellant] tegen de uitspraak van de rechtbank van 5 juni 2019 ongegrond verklaard, waarmee de weigering van de gevraagde omgevingsvergunning in rechte is komen vast te staan. Na het indienen van die aanvraag om een omgevingsvergunning heeft [appellant] de brief van 24 oktober 2017, met als koptekst "Melding vergunningsvrij bouwen [locatie] Jirnsum", aan het college gestuurd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken