ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2075

Bij besluit van 23 september 2019 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [appellante] om de geslachtsnaam van haar minderjarige dochter te wijzigen van "[naam]" naar "[naam appellante]", afgewezen. [appellante] (moeder) en [vader] hebben samen een dochter, [naam dochter]. [dochter] is geboren op [geboortedatum] 2011 en was ten tijde van het besluit op bezwaar dus nog geen twaalf jaar oud. De minister heeft het verzoek van [appellante] om de geslachtsnaam van [dochter] te wijzigen van "[naam]" naar "[naam appellante]" afgewezen op grond van artikel 3, vierde lid, aanhef en onder d, onder 2, van het Besluit geslachtsnaamswijziging. [appellante] kan zich hier niet in vinden. De minister heeft haar bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft dit besluit in stand gelaten. [appellante] voert aan dat de rechtbank heeft nagelaten haar voorafgaand aan de zitting het verweerschrift van de minister toe te zenden. Uiteindelijk heeft zij het verweerschrift pas na de zitting ontvangen waardoor zij daar niet op heeft kunnen reageren. De uitspraak van de rechtbank zou daarom vernietigd moeten worden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken