ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2074

Bij besluit van 30 april 2019 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens [appellant]s klacht op grond van artikel 77 van de Algemene verordening gegevensbescherming, afgewezen. [appellant] heeft een klacht ingediend bij de AP over de afhandeling van zijn verzoek om inzage in zijn persoonsgegevens door de ABN AMRO. Deze klacht is afgewezen, omdat niet was gebleken van een (evidente) schending van de AVG. De AP heeft vervolgens het bezwaar van [appellant] tegen dit besluit ongegrond verklaard, omdat niet aannemelijk was geworden dat ABN AMRO de volgens [appellant] ontbrekende stukken nog verwerkte. De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, geoordeeld dat [appellant] geen belang had bij een uitspraak op het beroep omdat ter zitting was gebleken dat ook de laatste drie stukken die hij stelde nog te missen, in zijn bezit waren. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken